Ik schrijf over de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 in het algemeen (maar over Nederland in het bijzonder) en gaf tientallen jaren als docent les over de Engelse en Amerikaanse literatuur. Kortom: ik vertel verhalen, in woord en geschrift. Hier vindt u informatie over mijn boeken, artikelen, recensies en lezingen en tevens hoe u mij voor lezingen kunt boeken.
Op 28 mei 1915 werd het Britse stoomschip Brussels voor de kust bij Hoek van Holland opgemerkt door de Duitse onderzeeër U-33. Met een vlagsignaal werd de S.S. Brussels gesommeerd te stoppen. Nog maar een paar maanden eerder, in februari 1915, hadden de Duitsers de verscherpte duikbootoorlog afgekondigd, hetgeen inhield dat schepen die zich in de oorlogszones rond Engeland bevonden het risico liepen getorpedeerd te worden, zonder dat de duikbootbemanning de veiligheid van bemanning en eventuele passagiers kon garanderen. Kapitein Charles Algernon Fryatt van de Brussels was niet van plan zijn schip te verliezen, en het Duitse vlagsignaal negerend gaf hij de order ‘volle kracht vooruit’, in een poging de U-33 te rammen. Op het nippertje slaagde Kapitänleutnant Konrad Gansser (1882-1937) van de U-33 erin dat te voorkomen door onmiddellijk te duiken, maar zijn prooi wist te ontkomen.
Nadat de Brussels ongeschonden terugkeerde in haar thuishaven Harwich, werd kapitein Fryatt werd voor zijn koene daad gelauwerd: het ministerie van Marine eerde hem met erecertificaat en een gouden horloge met daarop de inscriptie: "Presented by the/ Lords Commissioners of the Admiralty / to/ Charles Algernon Fryatt,/ Master of the/ S.S. "Brussels"/ in recognition of the example/ set by that vessel/ when attacked by a German submarine/ 28th March, 1915." Naar verluid droeg kapitein Fryatt dit horloge altijd bij zich, in welk geval het niet onwaarschijnlijk is dat dit hem fataal is geworden.
Nederlandse kranten noemden het de ‘moerassenburcht’, de Russische vesting Osowiec, gelegen niet ver van de grens met Oost-Pruisen. Het fort was omgeven door drassig terrein, wat het moeilijk benaderbaar maakte en daardoor de defensieve kracht versterkte. De Duitsers hadden vanaf maart 1915 geprobeerd het fort te nemen, maar de frontale infanterieaanvallen waren alle met aanzienlijke verliezen stukgelopen op de hardnekkige verdediging. In de zomer van 1915 gaf veldmaarschalk Paul von Hindenburg bevel voor een nieuwe poging. Verder langs het front hadden de Duitsers vorderingen gemaakt, zodat de vesting Osowiec nu als een Russische uitstulping in de Duitse frontlijn lag. Eén Ieper was genoeg.
Een legermacht van zo’n 7000 man was samengebracht om het Russische garnizoen van nog geen 1000 manschappen te overmeesteren. Naast een artilleriebeschieting zou dit keer ook gifgas de Duitse aanval ondersteunen. Dat betekende wel dat de Duitsers afhankelijk werden van de juiste weersomstandigheden: het wachten was op een zacht briesje uit de juiste windrichting, een te stevige wind zou de gifwolk te snel doen verwaaien en als er een kans bestond op draaiende windrichting zou dat de eigen troepen in gevaar brengen. De inzet van gifgas verhoogde het belang van de meteorologische dienst aan het Hoofdkwartier, niet alleen voor de aanvallende partij, maar ook voor de verdedigende: bij een ‘gevaarlijke’ wind werden waarschuwingen afgegeven dat er een verhoogde kans was op een gasaanval. Toch bleek de weersvoorspelling in de praktijk meer een kunst dan een wetenschap.
De Belgische koning Albert I (1875-1934) groeide in de eerste oorlogsmaanden uit tot een internationale held. Hij belichaamde de onverzettelijkheid van zijn volk dat zo dapper streed tegen de Pruisische indringer. De koning was opperbevelhebber van zijn leger en leefde vóór en met zijn troepen. In Frankrijk, Groot-Brittannië maar ook in Nederland werd zijn heldhaftigheid bezongen en bewonderd. Kort voor de Duitse aanval op Antwerpen in oktober 1914, publiceerde het Eindhovensch Dagblad een commentaar onder de titel ‘Albert de dappere’, waarin het vaststelde dat het geteisterde Belgische volk een ‘Homerische strijd’ voerde.
En aan het hoofd dezer heldenschaar heeft zich in de geschiedenis voor altijd een onsterfelijken roem verworven Albert I, Albert de dappere. Als een Saul boven zijn landgenooten en onderdanen uitstekende door zijn rijzige gestalte, doet hij dit ook door zijn zelfverloochening en moed. De bijna schuchter-bescheiden optredende jonge monarch — zoo als wij hem ook hier in Holland hebben leeren kennen — blijkt soldaat te zijn in hart en nieren en in zich om te dragen het meest levendig brandend vuur van patriotisme en een schat van allerlei krijgsmansdeugden.
Vandaag is mijn nieuwe website online gegaan. Neem Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. met mij op als er informatie mist.